Het schilderij
Ik had een schilderij gemaakt.
Ik ging op het schilderij liggen.
Ik zakte in het schilderij.
Nee, nee!
Ik lag plotseling op een grasveld.
Ik was heel erg bang.
Het was al donker.
Waar ben ik?
Hoe kom ik hier?
Ik blijf rustig en ik sta recht.
Ik kon een beetje zien.
Ik zag een stuk van een boom.
Ik draai mij om.
Achter mij staat mijn huis.
Ik sta in onze tuin.
Gelukkig had ik een zaklamp bij me.
In de rechterzak van mijn truitje zit de zaklamp.
Ik druk op het knopje.
Tik!
De zaklamp flitst aan.
Ik scheen met mijn zaklamp,
eerst op de boom en dan op het gras.
Wat lag daar in het gras?
Ik zag mijn mama, papa en mijn broer Toon.
Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!
Help, riep ik.
Ik vroeg: wat doen jullie hier?
Ze zeiden niets.
Het was muisstil.
Na een tijd moesten ze luid lachen.
Gelukkig was het een grap.
Ik had een schilderij gemaakt.
Ik ging op het schilderij liggen.
Ik zakte in het schilderij.
Nee, nee!
Ik lag plotseling op een grasveld.
Ik was heel erg bang.
Het was al donker.
Waar ben ik?
Hoe kom ik hier?
Ik blijf rustig en ik sta recht.
Ik kon een beetje zien.
Ik zag een stuk van een boom.
Ik draai mij om.
Achter mij staat mijn huis.
Ik sta in onze tuin.
Gelukkig had ik een zaklamp bij me.
In de rechterzak van mijn truitje zit de zaklamp.
Ik druk op het knopje.
Tik!
De zaklamp flitst aan.
Ik scheen met mijn zaklamp,
eerst op de boom en dan op het gras.
Wat lag daar in het gras?
Ik zag mijn mama, papa en mijn broer Toon.
Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!
Help, riep ik.
Ik vroeg: wat doen jullie hier?
Ze zeiden niets.
Het was muisstil.
Na een tijd moesten ze luid lachen.
Gelukkig was het een grap.
.
0 reacties:
Een reactie posten