maandag 23 februari 2009

De ruimtemissie
Er was eens een kindje. Het was een meisje. Ze heette Arwen.
Arwen is zonder dat de astronauten het wisten,
meegegaan met een ruimtemissie.
. Haar papa moest mee met het ruimteschip. Haar papa had veel voedsel nodig. Dus had hij een heel grote rugzak klaargezet in de gang. Het meisje is stilletjes zonder dat iemand het zag, in de zak gekropen. De papa vertrok met de andere astronauten. Ze stapten in de raket. Papa nam de rugzak mee in de raket. Hij vond de rugzak een beetje zwaar. Hij zei: ik ga eens checken wat er in mijn rugzak zit als ik in de raket ben.

Ze gaan bijna vertrekken. Ze controleren de raket nog eens helemaal. De onderzoekers zeggen:
jullie mogen opstijgen, alles is goed. Ze tellen af:
10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, lancering!

bggggggggggggggggggg!
Ze stijgen op.

Alles gaat goed. We zijn er bijna, want de raket vliegt snel. We zijn al halfweg naar de maan.


Onderweg was er een probleem met de brandstof. Een man was uit de raket gesprongen en zag dat er een gat in de brandstoftank was. Hij heeft het gat weer dicht gemaakt.

Nu deed de papa de rugzak open. Hij was geschrokken omdat zijn kindje in de rugzak zat.
Hij vroeg: wat doe jij hier? Arwen zei: ik kon niet zonder jou, daarom heb ik me in de rugzak verstopt. De papa was heel boos omdat hij dit niet leuk vond. Nu was er voor iedereen te weinig eten, te weinig drinken en te weinig zuurstof. Nu konden ze niet meer naar de maan gaan. Ze vlogen terug naar de aarde. Ze hadden niet door dat ze aan het neerstorten waren. Maar net op tijd had iemand het stuur gepakt en ze hebben het toch nog gehaald.

De moeder van Arwen was superblij dat ze terug waren.
Ze had haar de hele tijd gezocht. Ze vond Arwen niet. Ze waren heel gelukkig dat ze weer samen waren in een gezin.
En Arwen wou nu gaan slapen. Ze heeft nooit meer zoiets gedaan.

Einde




Het schilderij
Ik had een schilderij gemaakt.
Ik ging op het schilderij liggen.
Ik zakte in het schilderij.
Nee, nee!
Ik lag plotseling op een grasveld.
Ik was heel erg bang.
Het was al donker.
Waar ben ik?
Hoe kom ik hier?
Ik blijf rustig en ik sta recht.
Ik kon een beetje zien.
Ik zag een stuk van een boom.
Ik draai mij om.
Achter mij staat mijn huis.
Ik sta in onze tuin.
Gelukkig had ik een zaklamp bij me.
In de rechterzak van mijn truitje zit de zaklamp.
Ik druk op het knopje.
Tik!
De zaklamp flitst aan.
Ik scheen met mijn zaklamp,
eerst op de boom en dan op het gras.
Wat lag daar in het gras?
Ik zag mijn mama, papa en mijn broer Toon.
Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!
Help, riep ik.
Ik vroeg: wat doen jullie hier?
Ze zeiden niets.
Het was muisstil.
Na een tijd moesten ze luid lachen.
Gelukkig was het een grap.
.

De verhalen van de eerste graad.
Mooie verhaaltjes, dat van die muis en van die heks.
Mooi, de muis en het heksje.
Ze hebben het héél chic gedaan.
Super chic.
(Enkele reacties en tekeningen van de oudste kleuters.)



De projectafsluiting
We gingen naar de zaal. Daar zaten de kleuters en de ouders.
Ik was een beetje zenuwachtig. De projectafsluiting begon.
Eerst moesten Marieke en Anaïs.
Ze lezen het verhaal voor van de 3 kleine poesjes.
Anaïs en Marieke hielpen elkaar heel fel.
Daarna kwam een bol voor de mol.
Dat versje was van het eerste leerjaar.
Daarna kwam de ruimtemissie. Dat verhaal was van Michiel en Mathijs.
Daarna kwam de heks. Dat verhaal was van Elsie en Lies.
Daarna kwam mijn spannende reis. Dat verhaal was van Fien en Miek.
Daarna kwam de muis. Dat verhaal was van Sien.
Dit verhaal speelden we met een schimmenspel.
Daarna kwam de verschrikkelijke Viktor.
Over het schilderij gooiden ze geld.
Daarna kwam de gekleurde draak. Dat verhaal was van Vic.
Toen was het bijna gedaan.
Toen was het gedaan.
Christel had gefilmd.
De kleuters mochten het geld oprapen om in hun klas mee te spelen.
De ouders mochten nog in onze klas gaan kijken.