woensdag 13 mei 2009

kampverslagen dag 1
Het koken
We gingen naar een tafel.
Toen kregen we wortels.
Toen begonnen we met te raspen.
Jarne, Vic, Matijs, Michiel, Fien
en Sien hadden al een wortel geraspt.
Er waren drie zakken.
In elk zakje zaten zes wortels.
Toen begonnen we aan ons tweede wortel.
Toen begonnen we aan onze derde wortel.
Toen waren de wortels op.
Toen moesten we de wortels aan Elke geven.
Toen mochten we gaan spelen.

blad-steen-schaar.
We moesten in 2 groepen gaan staan achter een balk.
Eerst moesten de 2 eerste gaan lopen.
Als ze elkaar tegen kwamen, moesten ze blad-steen-schaar doen.
Wie gewonnen was, mocht verder gaan.
Opeens begon het hard te regenen.
Dus moesten we naar binnen.
Dat was niet zo fijn.

Het spel
Als het kamp klaar was, speelden we een spel.
Het spel was moeilijk.
We moesten ons in twee groepen verdelen.
De ene groep moest aanvallen.
De anderen moesten de bal van de
groep die in het kamp zit af pakken.

Het spel begon.
Iedereen vond het spel leuk
Mathijs was in ons kamp gegaan.
Isabelle zei dat we op de bal moesten gaan zitten.
Lies en Fien waren helemaal van onder.
Dat deed pijn want de grond was hard.
Er waren veel die zich pijn gedaan hadden.
Maar de groep die aan moest vallen, had de bal van ons niet afgepakt.
Toen waren we terug uit het bos gegaan.

We speelden blad-steen-schaar.
Toen waren we naar binnen gegaan.

Het koken.
Geert verdeelde ons in groepjes.
Het groepje dat op het bord was geschreven
moest oefenen voor het forum.
Ik moest koken.
We hadden veel kookouders.
Ik zat bij Cindy in de groep.
Het was leuk.
We hadden fruitspiesjes gemaakt.
Je had nodig: banaan, appelsien, aardbeien,
appels, ananas, druiven en stokjes.
We sneden al het fruit in stukjes.
We prikten het fruit op het stokje.
Dan zetten we de fruitstokjes op een schotel
en we zijn klaar
Het was lekker eten.
Ik vond het lekker.

Het slapen op kamp.
De ouders kwamen ons roepen dat we ons moesten douchen.
Sommige mochten hun aan de kraan wassen.
Als we ons gedoucht hadden,
moesten we onze tanden poetsen en de pyjama aan doen.
We moesten gaan slapen.
Sien sliep op de grond.
Ik moest een beetje wenen maar dat ging meteen voorbij.
Toen deden ze het licht uit.
Annick bleef kijken of niemand babbelde.
Dat was niet zo fijn.
Toen iedereen aan het slapen was, gingen de ouders slapen.
Ik heb goed geslapen.
Toen het ochtend was, hoorden we de jongens al.
Toen gingen we ons omkleden.

Dankjewel ouders.

De fietstocht
We gingen een fietstocht maken.
We hadden een berg opgefietst.
Jarne was gestopt omdat zijn fiets
niet in het zand kon rijden.
Hij liet Michiel en Vic laten botsen.
Toen gingen we weer verder.
Toen reden we door een wei.

De wandeling
We kwamen op kamp aan.
Eerst parkeerden we onze fietsen.
Dan zei Geert dat we een wandeling gingen maken.
We vertrokken.
Eerst gingen we voorbij een treinspoor.
Toen we een stuk verder waren,
waren we bij de Hezerheide.
We keken er allemaal naar.
Na een tijd waren we terug.

Het kamp in het bos.
We gingen stokken zoeken.
Ik nam altijd de grootste takken.
We hadden ook een tuin gemaakt.
Het was prachtig, echt prachtig.

Naar het kamp.
We gaan vertrekken naar het kamp.
Ik mocht op de fiets van mijn broer.
Dat vond ik heel leuk.
Toen gingen we door de stenen rijden.
Die waren een beetje moeilijk om door te rijden.
Maar daarna waren het kleine steentjes.
Die waren niet moeilijk.

De Hezerheide
We zijn aangekomen.
Gunther en Cindy moesten nog even alles checken.
Daarom gingen we nog even rond de Hezerheide.
We stappen naar de Hezerheide.
We gaan rond de Hezerheide wandelen.
De Hezerheide in een landschap zonder bomen
maar met gras en kleine stuikjes.
Er was kleefkruid.
Er waren ook koeien.
De Hezerheide was heel mooi.
We stappen terug naar het kamp.

het verhaal van vos en haas
Toen de meisjes in de jongenskamer kwamen,
ging Geert voorlezen.
Het ging over vos en haas.

Vos en haas gingen op een vakantie.
Vos was heel erg moe want ze moesten met een trein,
met het vliegtuig en met de boot.
Haas was klaar wakker.
Haas zei tegen vos:
het was jou idee dat we op vakantie gingen.
Vos zei: ik ga zwemmen.
Haas ging zonnen en vos zwemmen.
Dan ging hij terug naar haas.
Haas had een zonnesteek.

De meisjes zaten op de bedden van de jongens.
De jongens zaten of lagen ook op de bedden
Het was een leuk verhaaltje, grappig en mooi.
Toen moesten we gaan slapen.
De meisjes gingen terug naar de meisjeskamer.

De fietstocht naar kamp
We zijn naar ons kamp geweest.
Toen we op school waren,
gingen we eerst in de kring zitten want het regende.
Toen het een beetje minder aan het regenen was,
gingen we vertrekken.
We vertrekken met de fiets.
Ik was mijn rugzak vergeten.
Ze gingen mijn rugzak zoeken.
Na een paar minuten hadden ze mijn rugzak teruggevonden.
We gingen verder.
We moeten 10 kilometer fietsen.
We moeten over kiezeltjes fietsen.
Dat was moeilijker.
Na de kiezeltjes reden we langs en treinspoor.
Na het treinspoor gingen we op een steile berg.
Dat was heel moeilijk.
Toen we de berg op waren, was er bergaf.
Na de bergaf waren we terug op een gewone platte weg aan het fietsen.
We waren er al bijna.
We moesten nog 1 kilometer.
Ik was al moe.
We moesten een stukje in het bos.
Toen we uit het bos waren, moesten we nog een beetje fietsen.

Het kamp in het bos
We gingen stokken zoeken.
Ik nam altijd de grootste takken.
We hadden ook een tuin gemaakt.
Het was prachtig echt prachtig.

0 reacties:

Een reactie posten