kampverslagen
De kinderen hebben de voorbije week al heel wat verslagen gemaakt
over de verschillende kampactiviteiten.
Volgende week zullen we deze teksten verzamelen
en er een krantje van maken.
Dit zijn enkele verslagen van de leerlingen van het eerste leerjaar:
Mijn mama is mee geweest.
Ik vond het leuk dat we op kamp waren.
Het fietsen
Ik vond het leuk dat mijn mama was gekomen bij het fietsen.
Toen we er waren, moesten we onze schoenen uit doen.
We moesten naar boven gaan.
Toen moesten we onze valiezen uitpakken.
We gingen op kamp.
We fietsten naar het kamp.
Toen waren we aangekomen.
We gingen naar boven.
Maar eerst moesten we de valies pakken.
Op kamp
De eerste dag op kamp.
We gaan naar het kamp met de fiets.
We waren er.
We gaan een kamp maken, in het bos.
Nu mogen we gaan fietsen.
Nu was het eten.
Nu moeten we gaan slapen.
We mochten nog opblijven.
Nu ging Geert nog een verhaaltje voorlezen.
Nu moesten we gaan slapen.
De eerste dag was gedaan.
De dag is gedaan.
Het kamp
We hebben een kamp gemaakt.
Het was fijn.
Toen moesten we gaan slapen.
Op kamp.
Ik vond het leuk dat we op kamp waren.
Het fietsen
Ik vond het leuk dat mijn mama was gekomen bij het fietsen.
Toen we er waren, moesten we onze schoenen uit doen.
We moesten naar boven gaan.
Toen moesten we onze valiezen uitpakken.
We gingen op kamp.
We fietsten naar het kamp.
Toen waren we aangekomen.
We gingen naar boven.
Maar eerst moesten we de valies pakken.
Op kamp
De eerste dag op kamp.
We gaan naar het kamp met de fiets.
We waren er.
We gaan een kamp maken, in het bos.
Nu mogen we gaan fietsen.
Nu was het eten.
Nu moeten we gaan slapen.
We mochten nog opblijven.
Nu ging Geert nog een verhaaltje voorlezen.
Nu moesten we gaan slapen.
De eerste dag was gedaan.
De dag is gedaan.
Het kamp
We hebben een kamp gemaakt.
Het was fijn.
Toen moesten we gaan slapen.
Op kamp.
We waren vertrokken naar het kamp met de fiets op de straat.
Toen we weg waren, kwamen we aan een bergaf met de fiets.
Toen moesten we op stenen rijden.
Toen kwamen we een steile berg tegen.
We moesten afstappen.
Toen moesten we bergaf.
In het bos.
We maakten een kamp.
Toen speelden we een spel met een bal.
Iedereen had een kamp.
Toen had ik een beetje bang.
Een groep ging koken en een groep ging oefenen.
Toen we weg waren, kwamen we aan een bergaf met de fiets.
Toen moesten we op stenen rijden.
Toen kwamen we een steile berg tegen.
We moesten afstappen.
Toen moesten we bergaf.
In het bos.
We maakten een kamp.
Toen speelden we een spel met een bal.
Iedereen had een kamp.
Toen had ik een beetje bang.
Een groep ging koken en een groep ging oefenen.
0 reacties:
Een reactie posten